Jump to content
  • Sign Up
Dutchy3010

Privatisatie van het onderwijs

Recommended Posts

Dutchy3010

De NS en de zorg zijn al geprivatiseerd, dat wil zeggen, dat ze niet meer gereguleerd/heel erg worden gesubsidieerd door de overheid. Al enige tijd (10 jaar, misschien al wel meer) wordt er ook gediscussieerd of het onderwijs moet worden geprivatiseerd. Of in ieder geval; meer geprivatiseerd.

Voor het basisonderwijs en de middelbare school is het vrijwel helemaal gesubsidieerd door de overheid. Het kost niets of nauwelijks iets om je kinderen naar dat soort onderwijs te brengen. Er zijn echter al een paar private/particuliere scholen, zoals dat ook te vinden is in Korea en de Verenigde Staten.

Voor het hoger onderwijs is er ook sprake van veel subsidies door de overheid, waardoor een student maar zo'n 12% van de kosten zelf betaald.

De volgende Tabellen komen uit mijn collegesheets:

Expenditures on education, 2004

[table=header]Country|Total (% GDP)*|% of which public

NL|5,1|90,1

US|4,7|68,4

UK|7,4|83,9

KOR|7,2|60,5

ICE|8,0|90,6

TUR|4,1|92,6[/table]

*GDP = Gross Domestic Product = Bruto Binnenlands Product

Expenditures/tuition fee per student in tertiary education, 2004

[table=header]Country|Exp/student ($)|Tuition fee ($)

NL|13.900|1.646

US|22.200|5.027-18.604

UK|11.200|1.800

KOR|7.000|3.883-7.406

GRE|5.800|NA

SWE|16.100|0[/table]

Zoals je ziet, is het erg divers. De hoogste kosten zijn in de US (per student), maar daar kan het collegegeld ook erg hoog oplopen. Daarna komt Zweden, maar die heeft juist gekozen voor 100% subsidie; het kost de student daar niets om te studeren (waarschijnlijk afgezien van op kamers gaan, etcetera). Korea is opvallend; het kan zijn dat je daar meer collegeld moet betalen dan wat je werkelijk kost. Best vreemd, natuurlijk.

Nederland doet het dus erg goed, staat tweede van dit rijtje met percentage wat de student "maar" moet betalen.

Probleem van dit alles is natuurlijk dat de belastingbetaler die subsidies moet geven. Ik kan nog wel veel economische redenen roepen (zoals: er zijn veel positieve externaliteiten, etcetera), maar dat heeft geen zin vermoed ik. Wat is jullie mening? Zijn jullie voor de subsidies of tegen (laat de student het maar zelf betalen)?

Persoonlijk vind ik het belangrijk dat er subsidies worden gegeven. Als men werkelijk 18.000 euro moet betalen per jaar aan collegegeld, dan zouden heel wat minder mensen gaan studeren. Leerlingen die eigenlijk wel de capaciteiten hebben om te studeren in het hoger onderwijs, kunnen dat niet vanwege de hoge fee. Een lening is geen mogelijkheid, tenminste, niet van banken, want investeren in human capital is erg kostbaar. Natuurlijk kan de overheid wel leningen uitvaardigen. Veel mensen zullen daarnaast vinden dat, door het hoge collegegeld, het niet rendabel is om verder te studeren. Ik denk dat we er als land op achteruit gaan als we iedereen zelf het volledige bedrag laten betalen. Er zijn zoveel externaliteiten te bedenken, waarvoor een hoog opgeleide later niet wordt beloond. Bijvoorbeeld: als er een hoogopgeleid persoon tussen laag opgeleide personen zit, helpt die (misschien) de productiviteit van die lager opgeleiden omhoog. Daar wordt hij echter niet voor beloond, maar is toch goed voor de maatschappij. Een andere externaliteit: als iemand goed op de hoogte is van iets, kan die daar een betere mening over vormen. Dit kan op allerlei vlakken goed zijn: uitleg aan bepaalde mensen, maar ook bijvoorbeeld met stemmen met de verkiezingen. Kortom: ik vind dat het onderwijs niet geprivatiseerd moet worden.

Nu jullie. ^_^

Share this post


Link to post
Share on other sites
Wienish

Is het niet zo dat als onderwijs geprivatiseerd wordt, dus dat een individu verantwoordelijk is voor het bedrijf (zo heb ik 't in ieder geval geleed), er een grotere kans is op faillissementen? Dat zou kunnen betekenen dat als een school dit overkomt, men het geld kwijt zou raken en maar opnieuw moet gaan sparen, of denk ik dit nou eventjes verkeerd?

Ik vind dat Zweden goed werk verricht door het allemaal te subsidiëren. Het zorgt inderdaad voor een lager cijfer opgeleiden, wat weer zorgt voor minder alfabetisme en minder armoede, omdat (bijna) iedereen kan gaan leren. Hier moeten we het dus nog zelf betalen, wat weer zorgt voor de nodige schrik bij sommige mensen, die toch kunnen afhaken. Als bij ons alles betaald wordt door de overheid in plaats van door ons, kunnen wij ons meer veroorloven en zal Nederland misschien ook nog een betere toekomst hebben, lijkt me?

Share this post


Link to post
Share on other sites
moechy

Hoe zit dat dan met de Alleenstaande ouders, mensen die het moeilijker hebben om de eindjes aan elkaar te knopen en dergelijke?

Nu gaat iedereen naar school.

Maar als ze dat zouden doen zouden er toch veel kinderen en jongeren thuisblijven puur omdat ze de school niet kunnen betalen?

Ik vind het wel goed zo dat de overheid dit subsidieerd.

Share this post


Link to post
Share on other sites
Dutchy3010

Voor de geïnteresseerden, ik heb hierover een (wetenschappelijke) essay geschreven voor mijn opleiding. Klik op de spoiler om het te lezen.

Privatisering van het hoger onderwijs

Inleiding

Al decennia lang wordt gediscussieerd over privatisering in het algemeen. Eén van de steeds terugkerende onderwerpen is de privatisering van het (hoger) onderwijs. Moet het hoger onderwijs wel of niet geprivatiseerd worden? Er zijn veel voor- en nadelen van het privatiseren van het onderwijs, zowel voor de overheid als voor de bevolking. De Nederlandse politieke partijen hebben uiteenlopende meningen over dit onderwerp. De SP en GroenLinks zijn tegen het privatiseren van elke sector, dus ook tegen het privatiseren van het hoger onderwijs. De PvdA (Vos, 2009) en het CDA vinden dat de voor- en nadelen van elke privatisering op een rijtje moeten worden gezet. D66 is voor het privatiseren van onderwijsinstellingen, mits er voldoende concurrentie is. De VVD vindt dat het de eigen keus is van elke hogeschool of universiteit om te privatiseren (Zijlstra, 2009). De PVV is voor de privatisering van het hoger onderwijs.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft onderzocht hoeveel de overheid uitgeeft aan onderwijs per jaar. De overheidsuitgaven voor onderwijs is 5,5% van het BBP. Dit is net iets meer dan het gemiddelde van de Europese Unie. Denemarken geeft het meest uit aan onderwijs (8,3% van het BBP), Luxemburg het minst (Elbers, 2009).

Daarnaast is er onderzoek gedaan naar de privatisering in Chili (Carnoy, 2003). Door de privatisering van het onderwijs in andere landen te analyseren, kan worden gekeken naar de mogelijke gevolgen van het privatiseren en of dit aansluit bij de verwachtingen en de theorie.

Theoretisch gezien zou het onderwijs door het privatiseren efficiënter moeten worden. Door de marktwerking zou de prijs omlaag moeten gaan en de kwaliteit omhoog. Er is immers concurrentie: als de ene universiteit (of hogeschool) te duur is, gaat men naar een andere. Hetzelfde geldt voor de kwaliteit: als de kwaliteit van een universiteit slecht is, wordt er voor een ander gekozen. Dit sluit aan bij de theorie van Adam Smith, die zegt dat als elk individu uit zelfbelang handelt, de markt efficiënt is.

Wat is dan het nadeel, aangezien een betere kwaliteit en een lagere prijs goed is? De vraag is of dat alle gevolgen zijn of niet. Er kunnen ook negatieve maatschappelijke gevolgen zijn, bijvoorbeeld externaliteiten (heeft het invloed op mensen die niet bij de transactie betrokken zijn?). Daarnaast: is het überhaupt waar dat de kwaliteit omhoog gaat en de prijs naar beneden?

Andere instanties hebben ook hun mening over het privatiseren van het onderwijs. Eén daarvan is de onderwijsraad. De onderwijsraad is een onafhankelijk orgaan dat advies geeft over alle aspecten rondom het beleid over onderwijs. Zij hebben in 2001 een advies uitgebracht genaamd “Publiek en Privaat: Mogelijkheden en gevolgen van private middelen in het publieke onderwijs” (Onderwijsraad, 2001). Ze concluderen dat de overheid de verplichte elementen moet blijven financieren en dat de privatisering van het onderwijs, onder bepaalde voorwaarden, een goede zaak is.

De VSNU (vereniging van universiteiten) is voor de privatisering van het hoger onderwijs. De Rijksuniversiteit Groningen is van alle universiteiten de grootste tegenstander van de privatisering. Ook de Radboud Universiteit Nijmegen vindt het niet nodig om zich nog verder te distantiëren van de overheid. Universiteit Tilburg is daarentegen voor de privatisering. De Universiteit Twente en de Universiteit Leiden zitten daar tussenin (Meens, 2003).

Om de onderzoeksvraag “Moet het hoger onderwijs geprivatiseerd worden?” te kunnen beantwoorden, moet eerst de huidige situatie uiteengezet worden. Dit is de uitgangssituatie, waarna de veranderingen door privatiseren en de voor- en nadelen in kaart kunnen worden gebracht.

Huidige situatie

Elke student die in Nederland hoger onderwijs volgt, moet collegegeld betalen. Een student onder de 30 jaar, die een voltijd opleiding volgt, moet per jaar 1620 euro betalen. Wanneer iemand ouder is dan 30 jaar of een deeltijd opleiding volgt, bepaalt de instelling het collegegeld (Rijksoverheid, 2009). De kosten per student voor het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap liggen veel hoger. De uitgaven per student in de tertiaire sector (het hoger onderwijs) is 7700 euro exclusief R&D (Research & Development) en 12400 euro inclusief R&D (Ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, 2008). Over het algemeen wordt dat laatste bedrag gebruikt, omdat onderzoek één van de belangrijkste taken van het hoger onderwijs is. Ondanks dat er collegegeld wordt gevraagd, subsidieert de overheid dus een groot deel van het hoger onderwijs.

Meestal subsidieert de overheid publieke goederen. Publieke goederen zijn goederen waar iedereen tegelijk gebruik van kan maken en waar niemand van kan worden uitgesloten. Onderwijs is duidelijk geen publiek goed, aangezien het aan geen van beide voorwaarden voldoet. Waarom subsidieert de overheid het onderwijs?

Het eerste en misschien wel belangrijkste argument is dat het hoger onderwijs toegankelijk moet zijn voor iedereen die de kwaliteiten daarvoor heeft. Wanneer het collegegeld even hoog zou zijn als de kosten voor het studeren, zou een aantal potentiële studenten niet meer in staat zijn om te studeren. De drempel om te gaan studeren is dan erg hoog.

Daarnaast is het erg moeilijk om een lening af te sluiten op “human capital” (investeringen die een individu maakt voor scholing, training en zorgverzekering, met als doel zijn productiviteit te verhogen). Het is een riskante investering voor een bank, vanwege het probleem van asymmetrische informatie (één partij in een economische transactie meer weet over deze transactie dan de andere). De bank weet niet hoe de student het geld van de lening gaat gebruiken. De studenten kunnen het gebruiken om te studeren of om te feesten. In het laatste geval bestaat er een goede mogelijkheid dat de student het geld niet meer terug kan betalen. De bank loopt dus risico. Dit probleem kan alleen worden verholpen als de overheid leningen uitgeeft, en daarmee het risico draagt.

Een ander argument is dat er positieve externaliteiten zijn. Dat wil zeggen dat er buiten de baten voor de student zelf, ook baten voor de anderen zijn. Een voorbeeld: iemand die gestudeerd heeft, heeft waarschijnlijk een beter beeld van hoe de maatschappij in elkaar zit. Dit zou voordelig kunnen zijn voor iedereen wanneer er verkiezingen plaats vinden.

Een andere mogelijke verklaring voor het financieren van het onderwijs door de overheid is sociale cohesie. Zeker het primair (basisonderwijs) en secundair (middelbaar onderwijs), maar ook het tertiair onderwijs zorgt voor meer saamhorigheid en verbondenheid van de bevolking. Ook helpt het onderwijs met het bevorderen van de bevolkingsgezondheid (onderzoek naar ziektes, beter handelen bij bepaalde verschijnselen, etcetera) en het verminderen van de criminaliteit.

De maatschappelijk opbrengsten zijn dus veel hoger dan wat door veel mensen in eerste instantie wordt gedacht. Daarmee wordt dus gedeeltelijk verklaard waarom de overheid het onderwijs zoveel financiert.

Nederland heeft al wel privaatrechtelijke universiteiten, bijvoorbeeld de Vrije Universiteit, Universiteit Tilburg en Radboud Universiteit Nijmegen. Ondanks dat ze een privaatrechtelijke status hebben, volgen ze nog wel de regels van de overheid. Het enige grote verschil is dat ze meer inspraak hebben bij de arbeidsvoorwaarden.

Hiernaast kent Nederland ook enkele particuliere universiteiten, waaronder Nyenrode Business Universiteit.

Privatisering van het hoger onderwijs

Er zijn verschillende manieren om het hoger onderwijs te privatiseren.

Bij het privatiseren van het hoger onderwijs kan een systeem van vouchers worden gebruikt. Dit systeem is al in meerdere landen ingevoerd. Hierbij krijgt iedere student een studie-voucher van de overheid. De voucher heeft een bepaalde waarde, die eventueel kan afhangen van de persoonlijke omstandigheden van de student. Hierbij moet worden gedacht aan zaken als de sociale achtergrond, vooropleiding en de regio waarin de student woonachtig is. Met deze voucher kan de student een opleiding kopen bij een van de aanbieders, in dit geval de hogescholen en universiteiten.

Een andere mogelijkheid is om de studiefinanciering af te schaffen, iets wat al regelmatig geopperd is door het kabinet (Dirks, 2009). Hierdoor wordt het hoger onderwijs niet geheel geprivatiseerd, alleen de subsidie die rechtstreeks aan de student wordt verschaft verdwijnt. De subsidies aan de onderwijsinstellingen zelf blijven. Een andere, meer radicale manier is gewoon alle subsidies en bijbehorend beleid schrappen (Reed, 1997).

Het is ook mogelijk om zogenaamde “Charter schools” te maken. Dit zijn onderwijsinstellingen die nog wel worden gesubsidieerd door de overheid, maar die zelf meer inspraak hebben. Er gelden dus minder regels en er is veel minder bureaucratie, waardoor de nadruk meer komt te liggen op het onderwijs zelf.

Voordelen van het privatiseren

Door het privatiseren van het onderwijs ontstaat er marktwerking. Dit heeft enkele positieve effecten. Door concurrentie zullen de werknemers in het onderwijs en de onderwijsinstellingen als geheel efficiënter en effectiever werken. Hierdoor zullen de kosten per student lager worden, wat de prijs van het onderwijs drukt. Daarnaast zullen de instellingen meer worden beoordeeld op kwaliteit. Om goed te concurreren moeten ze dus goede kwaliteit leveren, anders gaan de studenten naar een andere instelling.

Bij een studie over het systeem in Chili (Carnoy, 2003) werden alleen de verminderde kosten door privatisering waargenomen. De kosten op de geprivatiseerde scholen lagen 13 tot 16 procent lager dan op de openbare scholen. Dit verschil werd voornamelijk veroorzaakt door lagere personeelskosten, omdat het personeel niet langer de gunstige arbeidsvoorwaarden van een ambtenaar heeft.

Doordat de onderwijsinstellingen geprivatiseerd zijn, kunnen zij beter inspelen op de wensen van de consument. Een goede service wordt van belang; de onderwijsinstellingen zullen beter moeten reageren op de klachten van de studenten.

Een ander voordeel is dat de overheid niet meer de verantwoordelijkheid draagt voor het hoger onderwijs. De onderwijsinstellingen hebben die nu zelf. Slechte onderwijsinstellingen worden daardoor weggeconcurreerd door de andere universiteiten. Als er geen verbetering komt gaat de onderwijsinstelling uiteindelijk failliet.

Het privatiseren kan ook een budgettaire functie hebben voor de overheid. Doordat de

economie momenteel in een recessie zit, is het begrotingstekort van de Nederlandse overheid opgelopen. Het tertiaire onderwijs (HBO en universiteiten) kost de overheid jaarlijks 8979,8 miljoen euro (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2009). Door het privatiseren van het onderwijs heeft de overheid minder kosten, waardoor het begrotingstekort terugloopt. De overheid zou er ook voor kunnen kiezen om de belasting te verlagen. Hierdoor hoeven de inwoners niet de opleiding van anderen te betalen. Dit is in lijn met het profijtbeginsel. Dit wil zeggen dat degene die van de voorziening gebruikt maakt, er ook voor moet betalen.

Door de privatisering krijgen de onderwijsinstellingen nog meer te maken met het bedrijfsleven, bijvoorbeeld voor de financiering. Daardoor kan de onderwijsinstelling de opleidingen beter afstemmen op het bedrijfsleven.

Nadelen privatiseren onderwijs

Op basis van de empirische gegevens die verzameld zijn na de privatisering van het onderwijs in Chili (Carnoy, 2003), kunnen vraagtekens worden gezet bij deze positieve effecten. Het positieve effect van privatisering op de kwaliteit van het onderwijs kon niet duidelijk worden aangetoond. Verbeteringen, als ze al waargenomen werden, zijn hooguit marginaal.

Hierbij komt dat de beoordeling van de kwaliteit van universiteiten veranderd: het wordt belangrijker om het commerciële succes te beoordelen dan de inhoudelijke kwaliteit (Weijers, 1994).

De resultaten uit Chili zijn in lijn met soortgelijke studies in de Verenigde Staten, waar op verschillende plekken al een dergelijk systeem wordt gehanteerd.

Daarnaast zijn er in de Verenigde Staten private universiteiten en staatsuniversiteiten. Zowel de private als de staatsuniversiteiten zijn ingedeeld in twee groepen op basis van de kosten voor een student. De private universiteiten vragen een gemiddeld collegegeld van $15000 of $25000, de publieke universiteiten vragen een gemiddeld collegegeld van $10000 of $20000. Dit verschilt allemaal veel met de huidige situatie in Nederland.

Buiten het niet voldoen aan dit voordeel, heeft het privatiseren van het onderwijs ook andere negatieve effecten. Deze moeten eventueel tegen worden gegaan met wettelijke maatregelen. Een mogelijk negatief effect is de selectie bij toelating van opleidingsinstellingen. Hierdoor kan de toegankelijkheid van het onderwijs voor bepaalde groepen studenten (bijvoorbeeld studenten met een andere etnische achtergrond of met gezondheidsproblemen) in gevaar komen, omdat de te verwachten kosten die de instelling voor deze studenten moet maken hoger zijn dan voor de gemiddelde student. De overheid kan hier tegen optreden, bijvoorbeeld door afwijzingen van de onderwijsinstellingen te controleren. Natuurlijk kan dit probleem nooit volledig worden tegengegaan.

Het meest gebruikte argument is dat hoger onderwijs een stuk duurder wordt, aangezien er door de privatisering niets of in ieder geval minder gefinancierd wordt door de overheid. Dit zorgt voor uitsluiting van de financieel minder draagkrachtige mensen in deze maatschappij.

Naast onderwijs hebben tertiaire onderwijsinstellingen ook een onderzoeksfunctie, dat als een externaliteit kan worden beschouwd. Wanneer het onderwijs echter volledig gefinancierd wordt op basis van het aantal studenten dat ze weten binnen te halen, zal dit steeds minder aandacht krijgen, omdat het geen directe financiële resultaten oplevert. Wanneer voor dit onderzoek naar andere financiële middelen wordt gezocht, ontstaat het gevaar dat men zich vooral richt op toegepast onderzoek in plaats van op fundamenteel onderzoek, omdat de eerste voor marktpartijen op korte termijn het grootste rendement oplevert. Ook komt de onafhankelijkheid van het onderzoek in gevaar, wanneer dit wordt gefinancierd vanuit de markt.

De arbeidsomstandigheden van de docenten zullen waarschijnlijk verslechteren. Ze zijn niet langer gebonden aan de goede arbeidsvoorwaarden die gelden als ze bij de overheid werken. Een nadelig gevolg is dat het lerarentekort op kan lopen.

Met een geprivatiseerde markt voor het hoger onderwijs is geen sprake van volledige mededinging. Bij deze (perfecte) marktvorm kan geen winst worden gemaakt omdat er sprake is van veel aanbieders van een homogeen product op een transparante markt met lage toetredingsdrempels. Aangezien er hoge toetredingsdrempels en weinig aanbieders in het hoger onderwijs zijn (oligopolie), kunnen ze wel winst maken. Door het privatiseren zal er dus een winstdoel ontstaan. Hierdoor zullen de prijzen voor het studeren omhoog gaan. Een ander nadeel van het winstdoel (en privatiseren in het algemeen) is dat er onderwijsinstellingen failliet kunnen gaan.

Specialisatie (een bedrijf concentreert zich op een kleiner assortiment) kan ervoor zorgen dat sommige opleidingen verdwijnen. Vanwege het winstdoel zullen de onderwijsinstellingen de opleidingen die het minst winstgevend zijn schrappen.

De markt is niet perfect. Er is geen perfecte informatie, zoals Adam Smith dat veronderstelde. Daardoor weet men niet welke universiteit de beste kwaliteit heeft als dat niet goed uiteengezet wordt door een consumentenbond. Gelukkig zijn er relatief weinig universiteiten en hogescholen in Nederland, waardoor het gemakkelijker is om dit probleem op te lossen dan voor het basisonderwijs of voortgezet onderwijs.

Tot slot is het mogelijk dat de Nederlandse overheid totaal buiten spel wordt gezet. De grote onderwijsinstellingen uit het buitenland kunnen Nederlandse onderwijsinstellingen overnemen.

Conclusie

Moet het hoger onderwijs geprivatiseerd worden? Een conclusie trekken op basis van de voor- en nadelen is moeilijk, misschien wel onmogelijk. Eén voordeel is dat er door privatiseren marktwerking zal optreden. Dit heeft enkele gevolgen. Er ontstaat concurrentie. Daardoor zouden de kosten per student omlaag moeten gaan en de kwaliteit van het onderwijs omhoog, anders zouden studenten voor een andere onderwijsinstelling kiezen. Naast de marktwerking geldt ook het profijtbeginsel. De personen die profijt hebben van een voorziening, moeten er ook voor betalen.

Hier tegenover staat de theorie van de externaliteiten. Niet alleen de studenten hebben voordeel van het hoger onderwijs, ook andere inwoners.

Er zijn ook veel nadelen aan het privatiseren van het onderwijs verbonden. Vanwege de marktwerking zullen de onderwijsinstellingen een winstdoel hebben. Dat wil zeggen dat ze eerder studenten aannemen die hen minder kosten, waardoor bepaalde groepen worden geweerd. Daarbij komt dat niet iedereen meer in staat is zich onderwijs te veroorloven wanneer het hoger onderwijs (gedeeltelijk) geprivatiseerd wordt.

Het debat over het privatiseren van het onderwijs is nog lang niet voorbij.

Literatuurlijst

Carnoy, Martin, en Patrick McEwan. 2003. “DOES PRIVATIZATION IMPROVE EDUCATION? THE CASE OF CHILE’S NATIONAL VOUCHER PLAN”,

http://www.stanford.edu/dept/SUSE/ICE/pdfs/Chilepaper.pdf

Centraal Bureau voor de Statistiek. 2009. “Onderwijsuitgaven; publieke sector”, 7 december,

http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?VW=T&DM=SLNL&PA=70902NED&D1=a&D2=a&D3=a,!0-4&HD=090728-1121&HDR=T&STB=G1,G2

Dirks, Bart. 2009. “Bij de studenten valt nog wel wat te halen”, Volkskrant, 30 september.

http://www.volkskrant.nl/archief_gratis/article1296070.ece/Bij_de_studenten_valt_nog_wel_wat_te_halen

Elbers, Hugo, en Robert de Vries. 2009. “Uitgaven aan onderwijs in Nederland net boven EU-gemiddelde”, Webmagazine CBS, 17 juni,

http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/onderwijs/publicaties/artikelen/archief/2009/2009-2806-wm.htm

Meens, Thom. 2003. “Veel universiteiten gekant tegen privatisering”, de Volkskrant, 26 april,

http://www.volkskrant.nl/binnenland/article164828.ece/Veel_universiteiten_gekant_tegen_privatisering

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 2008. “Prestaties van het onderwijsstelsel 2008”,

http://www.minocw.nl/publicatie/1055/Uitgaven.html

Onderwijsraad. 2001. “Publiek en Privaat: Mogelijkheden en gevolgen van private middelen in het publieke onderwijs”, oktober,

http://www.onderwijsraad.nl/upload/publicaties/429/documenten/advies_publiekenprivaat.pdf

Reed, Lawrence W. 1997. “The Privatization Revolution”, 21 mei,

http://www.privatization.org/database/privatizationprosandcons/privatization_revolution.html

Rijksoverheid. 2009. “Wat is de wettelijke hoogte van het lesgeld, cursusgeld en collegegeld?”,

http://www.postbus51.nl/nl/home/themas/onderwijs/kosten-onderwijs/lesgeld-cursusgeld-en-collegegeld/wat-is-de-wettelijke-hoogte-van-het-lesgeld-cursusgeld-en-collegegeld.html

Vos, Mei Li. 2009. “Privatisering”, Standpunten PvdA,

http://www.pvda.nl/standpunten/standpunten/P/Privatisering.html

Weijers, Ido. 1994. “Privatisering universiteit is funest voor kwaliteit”, de Volkskrant, 19 december,

http://www.volkskrant.nl/archief_gratis/article624511.ece/Privatisering_universiteit_is_funest_voor_kwaliteit

Zijlstra, Halbe. 2009. “Kenniseconomie”, 15 september,

http://vvd.nl/actueel/272/kenniseconomie

Er zijn dus voor- en nadelen te bedenken voor het privatiseren. Zelf neig ik toch naar "tegen", maar dat kon ik natuurlijk niet helemaal naar buiten brengen. Dan is het alles behalve een wetenschappelijke essay, omdat het meer een gevoelskwestie is.

Share this post


Link to post
Share on other sites
TomHagen

Op het moment dat de subsidies wegvallen, zal er denk ik weinig meer over blijven aan studenten. Ons pa zit er heus niet krap bij, maar 2/3 studerende kinderen van 18 duizend per jaar zal hij nooit kunnen opbrengen. En met een lening ziet het er ook niet echt rooskleurig uit. Op het moment dat er minder studenten komen, zullen er veel minder hoogopgeleiden komen, waardoor de innovatie in Nederland erop achteruit gaat en we veel meer moeten importeren. Dat is veel minder goed voor de economie. Nooit doen dus. Nederland is daar te klein voor.

Maar dat is niet gelijk aan privatisering. Daarbij worden de instellingen winststrevend en zijn ze veel minder afhankelijk van wat de overheid wil met het onderwijs (oftewel minder zeggenschap van de overheid). Maar dan krijg je wel concurrerende bedrijven die studenten willen lokken met kwalitatief en aantrekkelijk onderwijs. Niks mis mee. Toch denk ik dat het er echt goed voor is. Vooral basis- en middelbaar onderwijs moet gewoon onder de overheid blijven vallen.

Share this post


Link to post
Share on other sites
TomFurga

Privatisering heeft tot op heden meer negatieve dan positieve invloed gehad op de kwaliteit en de dienstverlening, daarom ben ik daar principieel op tegen.

Share this post


Link to post
Share on other sites
Bierbuikje

Als elk gezin per kind per jaar 18.000 euro moet ophoesten, wordt de groep scholieren snel kleiner. Voor een gezin in de bijstand is het niet bij te houden, maar ook gezinnen met twee kinderen en twee werkende ouders krijgen het veel krapper. Iedereen moet onderwijs krijgen om zo een kans in de maatschappij te krijgen. Als dat niet gebeurd gaat Nederland er ontzettend op achteruit.

Share this post


Link to post
Share on other sites
richardbowles2020

Het zijn met overheidsprogramma's die de werkelijke kosten van de universiteit voor studenten maskeren. Staats- en federale beurzen, gegarandeerde studieleningen en directe subsidies aan openbare hogescholen en universiteiten verlagen de duidelijke prijs voor het behalen van een hbo-opleiding. Dit leidt tot een hogere vraag. College-beheerders voelen zich dan gerechtvaardigd om het collegegeld en de kosten te verhogen, zich realiserend dat veel, zo niet de meeste studenten in een of andere vorm worden gesubsidieerd.

 

proessays

Edited by richardbowles2020

Share this post


Link to post
Share on other sites
DDT Dorus

privatisering werkt NIET bij (voorgaande) overheidsinstanties, kijk maar naar de NS en bijvoorbeeld zorgverzekeraars.

dienstverlening word alleen maar slechter en vele malen duurder.. Bij scholen word het helemaal een ramp, als er een verdienmodel op komt.

 

dan blijft scholing alleen maar over voor degenen die het kunnen betalen, de rijken rijker en de armen armer, kijk juist maar in amerika..

 

het systeem van flinke subsidie is goed, iedereen heeft recht op betaalbaar goed onderwijs, hoog of laag, wat wel van mij als voorwaarde mag zijn is dat de subsidie ook alleen de te verwachte studieduur betaald word.(duurt een opleiding 4 jaar, geef dan ook voor 4 jaar subsidie) 

 

 

 

Edited by DDT Dorus

Share this post


Link to post
Share on other sites
NicolaB
On 7/3/2020 at 9:06 PM, DDT Dorus said:

privatisering werkt NIET bij (voorgaande) overheidsinstanties, kijk maar naar de NS en bijvoorbeeld zorgverzekeraars.

dienstverlening word alleen maar slechter en vele malen duurder.. Bij scholen word het helemaal een ramp, als er een verdienmodel op komt.

 

dan blijft scholing alleen maar over voor degenen die het kunnen betalen, de rijken rijker en de armen armer, kijk juist maar in amerika..

 

het systeem van flinke subsidie is goed, iedereen heeft recht op betaalbaar goed onderwijs, hoog of laag, wat wel van mij als voorwaarde mag zijn is dat de subsidie ook alleen de te verwachte studieduur betaald word.(duurt een opleiding 4 jaar, geef dan ook voor 4 jaar subsidie) 

 

 

 

Tja het is een beetje half- om half. Wanneer je een pure overheidsinstantie hebt wordt het er ook niet goedkoper op en ligt er minder stimulans om door te ontwikkelen... Wat dat betreft is het Chineze verkapte kapitalistische / Commuistische model wel handig >.<

Share this post


Link to post
Share on other sites

Create an account or sign in to comment

You need to be a member in order to leave a comment

Create an account

Sign up for a new account in our community. It's easy!

Register a new account

Sign in

Already have an account? Sign in here.

Sign In Now

  • Recently Browsing   0 members

    No registered users viewing this page.

×
×
  • Create New...